BallonraceBang! Dodge City
Bang! |
|||||||||||||||
![]() Bekijk grote afbeelding |
|
||||||||||||||
Intro De spelers kruipen in de huid van een sheriff, hulpsheriffs, bandieten of een deserteur. Wie welke rol heeft, is geheim. Alleen de sheriff maakt zich bekend. Door het handig uitspelen van kaarten, probeert elke speler zijn eigen doel te bereiken. Begin Afhankelijk van het aantal spelers wordt een aantal rollen genomen en verdeeld onder de spelers. Alleen de sheriff maakt zich bekend. De overige spelers houden hun rol geheim. Elke rol heeft zijn eigen doel: de sheriff en de hulpsherrifs winnen als alle bandieten zijn uitgeschakeld. De bandieten winnen als de sheriff is uitgeschakeld. De deserteur wint als hij als laatste is overgebleven. Elke speler ontvangt een karakterkaart die hij open voor zich legt. De overgebleven karakterkaarten worden uit het spel genomen. Elke karakterkaart toont een aantal levenspunten. Dit geeft aan hoevaak de speler geraakt kan worden, voordat het karakter is geëlimineerd. Daarnaast heeft elk karakter een speciale eigenschap die hem tijdens het spel kan helpen. De speelkaarten worden geschud en als gedekte trekstapel neergelegd. Elke speler ontvangt net zoveel kaarten als hij levenspunten heeft. Dit is de startopstelling. Verloop Het spel wordt gespeeld in de richting van de klok. De sheriff begint. In zijn beurt doorloopt elke speler de volgende fase: Twee kaarten trekken. Eventueel kaarten spelen. Eventueel kaarten afleggen. ad 1. De speler trekt twee kaarten van de trekstapel. ad 2. In zijn beurt mag de speler net zoveel kaarten spelen, als hij wil. Kaarten met een blauwe rand blijven open voor de speler liggen. Kaarten met een beige rand worden direct uitgevoerd en daarna afgelegd. Elke speler mag tijdens zijn beurt slechts één Bang!-kaart spelen. Door het uitspelen van een Bang!-kaart probeert de speler een medespeler naar keuze te raken. Deze speler moet zich wel binnen schiettafstand bevinden. Zijn linker- en rechterbuurman zitten normaal gesproken op afstand 1. De spelers daarnaast zitten op afstand 2, etc. Bij aanvang van het spel heeft elke speler de beschikking over een geweer met bereik 1. In de loop van het spel kan een speler een ander geweer verkrijgen, zodat hij over een grotere afstand kan schieten. De beschoten speler kan het schot afweren door een Mis!-kaart te spelen. Of hij kan zich achter een ton proberen te verschuilen: de beschoten speler trekt een kaart van de trekstapel: toont deze kaart linksonderin het symbool harten, dan is de speler gered. In alle andere gevallen is de speler geraakt, en verliest hij één levenspunt. Zodra een speler zijn laatste levenspunt heeft verloren, ligt hij uit het spel. Hij toont zijn karakter en levert zijn kaarten in. ad 3. Aan het eind van zijn beurt mag de speler net zoveel kaarten in zijn hand hebben, als het aantal levenspunten dat hij nog heeft. Eventuele overige kaarten moet hij afleggen. Eind Het spel eindigt als de sheriff uit het spel ligt. Als de deserteur nog het enige karakter in het spel is, wint hij. Anders winnen de bandieten. Het spel kan ook eindigen als alle bandieten en de deserteur zijn omgebracht. Nu wint de sheriff en zijn hulp-sheriffs. Materiaal 7 rollenkaarten, 16 karakterkaarten, 80 speelkaarten en voor elke speler: 1 overzichtskaart. |
|||||||||||||||
Onlangs bekeken poducten
|
|||||||||||||||






